Sociale dienstverlening

Concreet wordt een sociaal dienstverlener ingezet om sociale diensten te bieden voor individuen en groepen.
- De kerntaken die een sociaal dienstverlener kan uitvoeren zijn;
- Informeren, adviseren en voorlichten.
- Belangen behartigen en bemiddeling (intermediair)
- Ondersteunen en begeleiding bieden naar instanties, realiseren van voorzieningen en pleitbezorging.
- Signaleren.
- Verwijzen.
De taken die hierboven zijn besproken zullen wij hieronder verder uitleggen;


Informatie, voorlichting en advies

Uitgebreide kennis van de sociale kaart en beginselen van juridische zaken. Een sociaal dienstverlener weet die instellingen te benoemen die voor de hulpvrager van belang zijn. Ook heeft de sociaal dienstverlener een up-to-date kennis van het sociaal verzekeringsstelsel en van de diverse voorzieningen. Hierbij hoort ook het benodigde doen om de voorzieningen voor de hulpvrager te ontvangen.


Belangenbehartiging en bemiddeling

De sociaal dienstverlener kan de belangen van een hulpvrager behartigen op een professionele wijze: hij/zij kan goed luisteren en die gespreksvaardigheden inzetten die op dat moment worden gevraagd. Hierbij weet de sociaal dienstverlener zijn eigen waarden en normen op een juiste wijze te hanteren en weet respect op te brengen voor de noden van de hulpvrager.


Ondersteunen en begeleiding

De sociaal dienstverlener weet de hulpvrager voldoende te ondersteunen zodat de hulpvrager zelf zijn probleem adequaat op gaat pakken. Hierbij is zelfkennis, psychologie, sociologie en ethiek zeer belangrijk. Met deze vaardigheden kun je de hulpvrager ondersteuning en begeleiding bieden daar waar hij/zij dit nodig heeft.


Signalering

Een sociaal dienstverlener moet tijdens een gesprek met een hulpvrager zelf signaleren waar het probleem zit en of er een probleem achter het probleem zit. Nadat de sociaal dienstverlener dit gesignaleerd heeft kan hij/zij dit bespreken met de hulpvrager.


Verwijzing

De sociaal dienstverlener moet inzicht krijgen in de vraag van de hulpvrager om zo te kunnen bepalen of hij de hulpvrager al dan niet moet doorverwijzen. Mocht de sociaal dienstverlener de hulpvrager doorverwijzen dan is en ook nog altijd ondersteuning en begeleiding mogelijk naar de andere instantie toe.


Tot slot

Van oudsher is de sociaal dienstverlener eigenlijk een “bruggenbouwer”. Een positie die alles te maken heeft met een steeds groter wordende afstand tussen hulpvragende en de voorzieningen. De sociaal dienstverlener probeert de afstand te overbruggen ten behoeven van de hulpvragers. Het geheel dient voor de hulpvrager overzichtelijke gemaakt te worden. Met andere woorden het onbereikbare bereikbaar maken.